De start

21 mei 1708. De Europese missionarissen aan het Qing-hof vernemen dat ze weldra eropuit zouden worden gestuurd om de volle lengte van de Grote Muur op te meten. Ze zouden hierbij nauw samenwerken met Qing-ambtenaren. Begin juni, na de missionarissen enkele dagen in het on­ge­wis­se te hebben gelaten, stelde Kangxi een team samen en voorzag hij de leden van de nodige meetinstrumenten. 4 juni vertrokken ze. Met afgemeten touwen was de eerste opdracht om de weg op te meten tussen een stadspoort van Peking en de poort bij Sjanahai, vlakbij het meest oostelijke punt van de Grote Muur.

Voor Nederlandse audiotour op je mobiel,
ga dan naar bit.ly/de-kaart

The beginning

May 21, 1708. European missionaries at court first heard that they would soon start mapping the full length of the Great Wall, in close cooperation with a number of Qing officials. In the beginning of June, after several days of uncertainty, Kangxi nominated several men and provided them with the necessary instruments at the imperial palace. The actual survey began on June 4th. With precisely divided ropes, they started measuring the road from a Peking city gate to a gate of the Great Wall known as the Shanahai Pass, near the wall’s easternmost extremity.

Naar de Muur

Voor het Qinghof vormde de Grote Muur dè scheiding tussen enerzijds hun ‘tijdelijke’ thuis, China, en anderzijds hun ooit-naar-terug-te-keren thuisland, Mantsjoerije. Als je op de kaart de Muur volgt, zal je opvallen dat de kaartmakers deze scheiding kracht bij hebben gezet door de plaatsnamen ten zuiden van de Muur in karakters te stellen, alles ten noorden in de eerste taal van het Qing-hof: het aan het Turks en Mongools verwante Mantsjoe dat in schrift op gekanteld Arabisch lijkt.

To the Wall

For the court, the Great Wall formed the separation between their ‘temporary’ home, China, on the one side, and their homeland, Manchuria, on the other. Following the Wall on the map, you will see that the mapmakers underscored this separation by engraving all place names to the south of the Wall in Chinese characters, and those to the North in the first language of the Qing court: Manchu, a language that is related to Mongolian and Turkish and in writing looks a bit like Arabic.

Heimwee bij Sjanahai

Maart 1682. Sjanahai was een beladen plek: in 1644 vielen op die plek de Mantsjoes China binnen en stichtten er de Qing. China werd hun nieuwe thuis. Hun eigenlijke wortels lagen echter in Mantsjoerije. Kangxi ging er vergezeld door 80.000 manschappen heen om zijn voorouders te eren. Eenmaal voorbij de muur bij Sjanahai miste hij zijn grootmoeder die in Peking achtergebleven was. Hij schreef haar op 1 april:  

“Op weg naar het oosten trokken we gisteren door de poorten van Sjanahai. Ik wilde gewoon even van mij laten horen, maar schrijf u ook omdat ik anders bang ben dat ik u te erg ga missen. Terwijl ik uw verheven geest tienduizend jaar vrede toewens en in de verte staar, mis ik u nu al verschrikkelijk erg.”

Homesick at Shanahai

March 1682. Shanahai is a place burdened with history. It was the place from where the Manchus invaded Ming China in 1644, manifesting their Qing rule within China. China became their new home. Their roots, however, lie in Manchuria. Kangxi visited his homeland (together with an entourage of 80.000 men) to honour his ancestors at their tombs. Having passed the Wall at Shanahai, he missed his grandmother back home in Peking. He wrote to her on April 1st:

“After having started the journey to the East, we passed the gates of Shanahai. I just wanted to send word of myself, but also wrote you because I am afraid that I would miss you too much. While wishing you reverently ten thousand years of prosperity , and looking into the distance, I already miss you terribly.”

De Muur als entpunt

De Grote Muur is nooit één geheel geweest. In werkelijkheid was het een verzameling van natuurlijke grenzen en verschillende aarden en stenen muren. In de eeuw voorafgaand aan de productie van deze kaart waren de bouwwerkzaamheden toegespitst op het wegnemen van bedreigingen vanuit het noorden. Nadat de Mantsjoes de Muur passeerden om de Qing te stichten, bleef de muur een afscheiding vormen tussen China en andere invloedsferen van de Qing, zoals Mongolië en Mantsjoerije. Ook in het maken van de Kangxi-kaart speelde de Muur een cruciale rol bij het “reguleren van de lengtegraad voor alle gebieden”, als het ware de basis voor de opmetingen van het gehele Qing-territorium.

The Wall as baseline

The Great Wall was never one continuous structure but rather a combination of stone and mud walls as well as natural barriers. A century before the making of this map, construction had focused on the passes that gave access to the capital, so as to protect the Ming regime from northern invasions. After the Manchu-Qing conquest, the wall continued to separate Han from Manchu and Mongol territories, although it ceased to be a state border. It also occupied an important function during the mapping of Qing territories, serving to “regulate the longitudes for all other areas”, a baseline for the surveying of Qing territories.

Schijnziek?

Oktober 1708. Bij de eerste opmeting van de Grote Muur in 1708, werd een van de Europese cartografen, Joachim Bouvet, ineens ziek ter hoogte van Yulingwei. Hij keerde terug naar de Peking, een reis die enkele weken in beslag zou nemen. Na zijn terugkomst kon hij echter op last van Kangxi onmiddellijk rechtsomkeert maken. Kangxi vond het walgelijk dat de missionaris zonder toestemming teruggekomen was. In een brief schreef Kangxi:

"Bouvet wilde van meet af aan niet gaan. Als hij nu gewoon gezond blijkt, dan heeft hij alsof gedaan. Enkel om terug te mogen komen. Als hij nu gewoon weer hersteld is, dan is zijn terugkeer werkelijk een missionaris onwaardig; zo oneerzaam. Was hij na zijn beterschap gewoon uit eigen beweging teruggekeerd, dan had het hem vergeven kunnen worden, al zou ook dat een ernstige overtreding zijn geweest.”

Faking illness?

October 1708.  During the first survey, that of the Great Wall in 1708, Joachim Bouvet, one of the European mapmakers, fell ill at Yulingwei. He returned to the capital, a journey of several weeks. Soon after his return to the capital, however, he was immediately sent back by an angry Kangxi emperor, who was appalled by the the missionary’s decision to return without permission. In a letter, Kangxi writes:

“From the beginning, Bouvet did not want to go. If he seems to be in normal health, then he has faked his illness in order to return. If he recovered after his return, then, being a missionary, acting in such an undignified way can be called excessive. If he would have returned by himself the day he recovered, he could have been forgiven, even though his crime would have been severe.”

Standplaats Hami

Op de Zijderoute was Hami de eerste handelspost na de Grote Muur. Het door moslims gecontroleerde gebied vormde de handelsbrug tussen China en centraal Azië. Hami was het meest westelijke meetpunt van de cartografen. Ze konden er gaan meten nadat de leider van Hami de Qing om steun had gevraagd in hun strijd tegen hun gemeenschappelijke vijand, de Dzungaren. Zo werd Hami onderdeel van het territorium van de Qing en daarmee een belangrijk knooppunt voor Qing-expansie later in de 18de eeuw.

Outpost Hami

Hami was the first large Muslim-controlled trading outpost along the old silk road beyond the Great Wall, connecting China’s heartland to the deserts of Central Asia. It became the westernmost site that was surveyed during the making of this map and after the leader of Hami had sought Qing protection from a common enemy, the Zunghar Mongols. As a result, Hami was incorporated into the Qing empire and became an important border town and gateway for Qing expansion later in the 18th century.

Hami-meloenen

September 1714. Als je rijk zo groot is als dat van de Qing, dan wil je dat natuurlijk wel showen hier en daar. Daarom werden er producten uit alle uithoeken van het rijk naar Peking gehaald. Helemaal via Ganzhou kwamen er meloenen, die op hun beurt weer helemaal uit Hami kwamen. Een topfunctionaris bericht:

"De Hami-meloenen voor het binnenpaleis zijn door een medewerker van mij geïmporteerd vanuit Hami. Toen ze in Ganzhou aangekomen waren ben ik, uw dienaar, daar in eigen persoon heen gegaan om de mooiste uit te kiezen. In totaal koos ik 600 Hami-meloenen die ik voorzichtig op de kar liet laden."

De reactie van Kangxi was als volgt:

"Waarvan akte. Echter, mijn plan was eigenlijk om voor dit jaar het meloenentransport stop te zetten."

Hami melons

September 1714. A tangible way for the court to show off the vastness of their territory was to get local commodities from the extreme outer regions of the empire to the capital. Thus, one imported melons from Hami via Ganzhou. An officer reports to Kangxi:

"The Hami-melons for the inner court are imported from Hami by an officer of my department (...) When the melons arrived in Ganzhou, I, your servant, went there myself to personally pick out the best ones. In total I picked 600 Hami-melons that we carefully loaded onto lorries."

To this, Kangxi reacted:

"Duly noted. However, it was my intention to stop the transport of melons this year."

In de jungle

December 1714. In het begin van de 18e eeuw was het gebied aan de zuidwestelijke grenzen van de Qing (bij Myanmar) een regio van jungles. Vanwege het risico op tropische ziektes, vermochten de soldaten daar enkel in de wintermaanden gestationeerd zijn. Desalniettemin, in december 1714, bezweek er tijdens de opmetingen een cartograaf, de missionaris Guillaume Fabre-Bonjour, in de grensplaats Mengding. Zijn lichaam zou worden teruggebracht naar Peking om daar naar katholieke gebruiken begraven te kunnen worden. Zijn Mantsjoe collega Bursai viel hetzelfde lot ten deel. Die, echter, werd ter plekke gecremeerd waarna zijn as terug naar de hoofdstad ging. Het project was belangrijk en het werk moest op tijd af. Daarom zond Peking onmiddellijk vervangers die zouden arriveren in de lente van 1715

In the jungle

December 1714. During the early 18th century, the southwest border of the Qing empire (where China borders Myanmar) was a region of jungles. Soldiers could only be stationed here periodically during the winter months because of the threat of deadly tropical diseases. Nonetheless, in December 1714, one of the European missionary-mapmakers, Guillaume Fabre-Bonjour, passed away in the border town of Mengding while mapping the border. His body was carried all the way back to the capital, a four to six month journey at the time, so as to ensure a proper Catholic funeral. His Manchu colleague Bursai died of the same disease. Bursai was cremated on the spot even though his ashes were also sent back to Beijing. Because the imperial project had to be completed in due time, replacements for both men were sent immediately from Beijing and reached Yunnan in the spring of 1715.

Gifstank

Een Mantsjoesoldaat vertelt over de miasmatische dodelijke stank in de zuidelijke wildernis ten tijde van de Opstand van de Drie Leenheren (1673-1681).

“(...) we staken over de pontonbrug de Badu-rivier over. Het water had een groene kleur en de stroming was sterk. (...) We gingen te rade bij de lokale bevolking. Zij wisten ons te vertellen: "Er is hier nog nooit een leger langs deze weg gegaan. Want elk jaar na het Dodenfeest vult de rivier zich met pauwen, slangen en alen. Omdat de rivier veel modder bevat, overstroomt hij. Als gevolg lopen de wegen onder, waardoor er geen plek is om te lopen. Als je vast komt te zitten, kun je dood gaan door het inademen van vuile dampen. Om deze redenen bouwen wij onze huizen boven op de berg. " ”

Foul Vapour

A manchu soldier tells the story about the miasmatic foul vapours in the southern wilderness at the time of the The Revolt of the Three Feudatories (1673-1681).

“(...) we crossed the Badu-river over the pontoon bridge. The river water looked greenish, and the current was fast. (...) We brought in some local people and questioned them. They told us: "In this place, since ancient times there has never been a road for a marching army. After the Death festival, peacocks, snakes, and eels fill the river. Because the river is muddy, when the water overflows, the road becomes submerged and people cannot get through. If they are struck by foul vapors, they will die. For these reasons we build our houses on the top of the mountain." ”

Onmetelijk taiwan

In 1683 veroverde de Qing het westen van Taiwan, destijds onderdeel van de provincie Fujian. Het opmeten voor de kaart kon enkel gebeuren in gebieden die onder stabiel gezag van het hof vielen. Stamhoofden in het bergachtige landschap in het oosten van het eiland beletten het team om het binnenland en de oostkust op te meten. Dit verklaart waarom de oostkust niet op de kaart staat.

Unmapable Taiwan

The Qing had conquered western Taiwan, which was considered a part of Fujian province, in 1683. Surveying the island was only possible in this coastal regions because tribesmen living in the mountainous areas to the east of the island made it impossible to map Taiwan’s interior and east coast, which is therefore left blank on the map.

Rauwe eilanders

Maart 1722. Middels geheime brieven, was een zeer select gezelschap in de positie om direc contact te onderhouden met de troon. Topfunctionaris Mamboo schreef Kangxi regelmatig memoranda vanuit Taiwan, ook over het gevaar van de rouwe eilanders:

“De ontwikkelde lokale bevolking van Taiwan leeft in de vlakke gebieden achter de bergen. Aldaar cultiveren zij hun landen en jagen ze op herten. Uit angst voor de wet betalen zij allen hun belasting. De “rauwen” echter zijn gelijk wilde beesten. Wanneer zij op onbekenden stuiten, maken zij die af. Nimmer zullen zij uit hun bergen tevoorschijn komen.”

Raw islanders

March 1722. Through secret letters, a select few were granted to entertain direct contact with the throne. Officer Mamboo, who was stationed in Taiwan, wrote to Kangxi on a regular basis, also about the danger of the inlanders:

“Taiwan’s developed locals all live in villages in the flat areas behind the mountains. There they cultivate their lands and hunt for deer.  Afraid of the law, they all pay their taxes. The “raw” ones though, are like wild beasts: when they see unknown humans, they kill them. Never will they come outside of their mountains.” 

Terra barbara

Deze open witte plekken zijn geen woestijnlandschappen of meren. Het zijn gebieden waar het niet mogelijk was om metingen te doen. Hier in het hart van hun territorium, toont het de beperkingen van de invloed van de Qing. De vlekken behoorden toe aan de “wild men”, zoals de Europeanen ze in die tijd pleegden te noemen. Het waren stammen die met success het hoofd konden bieden aan de pogingen van de Qing om ze in te kapselen. Met het oningevuld laten van deze gebieden maakten de cartografen duidelijk dat ze helemaal niets aan informatie hadden over deze gebieden.

Terra barbara

These two blanks spots on the map are not deserts or lakes, but areas where mapmaking was not feasible. They are testimony to the court’s limitations in controlling even certain territories in China’s heartland. These were the lands of “savage peopless”, as described by the Europeans at the time, tribes that fought the Qing armies who tried to control the area. By leaving these areas blank, mapmakers indicated that no knowledge whatsoever could be gained of these areas.

Wrede mores

Februari 1707. De troon moest manieren vinden om “rauwe” onderdanen in het gareel te krijgen. Een topfunctionaris rapporteerde over de volgende strategie om de Miao-bevolking onder controle te houden.

“De verschillendsoortige Miao in Guizhou zijn verspreid. Achter elke berg schuilt er een ander soort Miao. Daarom is er voor elke groepering een lokale functionaris aangewezen die de leiding op zich kan nemen. Als lokale functionarissen lokale wetgeving toepassen, dan zijn de Miao vol ontzag. Als een van onze functionarissen onze eigen regelgeving toepast, dan is men ongehoorzaam. Zodoende wordt onze wetgeving opgelegd aan die lokale functionarissen die op hun beurt de Miao besturen. En: de ontwikkelde Miao worden ingezet om de rauwe Miao onder controle te houden.”

Crude customs

February 1707. The court had to find ways to keep “raw” subjects into line. One officer reports to Kangxi on the following strategy of governing the Miao people:

“The various kinds of Miao in Guizhou are not concentrated in one place. Beyond each range of mountains there is a different kind of Miao. Therefore, for each category an indigenous official is appointed to lead it. If the indigenous official uses indigenous law to govern the Miao people, they are afraid of our officials. If one of our officials uses state law to govern them, they are unafraid. Therefore, our law is used to control the indigenous official, the indigenous official is used to control the Miao people, and the developed Miao are used to control the raw Miao.”

Korea onopgemeten

Hoewel de Mantjsoes al tweemaal Korea binnen waren gevallen voor het stichten van de Qing, werd het niet geheel direct door hen geregeerd. Zodoende waren Europese missionarissen niet welkom om naar Seoul af te reizen. Zij die dat wel mochten (de Qing-functionarissen met scholing in wiskunde die meereisden in de entourage van de hofambassadeur van de Qing) konden enkel metingen uitvoeren langs de hoofdweg vanaf de grens tot de hoofdstad. Dit verklaart de misvormde representatie van het Koreaanse schiereiland, daar waar de kustlijn van de Chinese provincies zeer accuraat op de kaart staan.

Korea off the mark

Even though the Manchus had twice invaded Korea before they conquered Ming China and paid tribute to the Qing court, it was not directly controlled by the Manchus. As a result, European missionaries were not allowed to travel to Seoul and those who were,  all Qing officials trained in mathematics and travelling in the entourage of an imperial ambassador, could only survey the main road from the border to the capital. This explains why the shape of the Korean peninsula is entirely off the mark, quite a contrast when compared to the coastline of the Chinese provinces, which is accurately represented.

Ginsengconflicten

September 1595. De relatie tussen Korea en de Mantsjoes was al gecompliceerd voor de komst van de cartografen aan de grens met Korea. Kangxi’s overgrootvader en eerste Khan van de Mantsjoes, Nurhaci, lag met de Koreanen in de clinch over Ginseng. Ha Segug werd richting Nurhaci’s hof gestuurd om ondanks de Ginsengkwestie wederzijdse vriendschap te onderstrepen. Een preek van Nurhaci viel hem ten deel:

“Als er in het vervolg iemand bij Koreaanse vestingen de grens illegaal overschrijdt, schiet hem dan niet dood. In plaats daarvan, grijp hem en stuur hem retour. Dan zal ik hem met de dood straffen. Andersom, als een Koreaan illegaal bij ons aankomt, dan zal ik deze vangen en terugsturen. Dan kunnen jullie hem volgens jullie wetten executeren. (...) Laat ons vanaf nu weer vrienden zijn. Dan hoeven diegenen die op en neer wensen te gaan enkel een rijzweep mee te brengen.”

Ginseng conflicts

September 1595. The relationship between the Koreans and the Manchus was already complicated before the mapmakers arrived at the borders to do their job. Kangxi’s great grandfather Nurhaci, the first Khan of the Manchus, had to deal with trespassing Korean ginseng diggers, and the Koreans, on their side with Manchu ones. Ha Segug was sent by the Korean court to express friendly intentions. Nurhaci started to lecture him:

“If hereafter somebody trespasses on the vicinity of Korean castles, you Koreans do not shoot him to death but catch and send him back. Then I shall punish him with death by beheading. If a Korean trespasses on our land, I shall catch and send him back. Then you Koreans may execute him according to your law. Thus done, we both will have no  grudges. (...) Hereafter we shall be friendly as before. Then those who come and go will only have to carry a whip.”

Na Nerchinsk

8 september 1709. Een team cartografen bereiken het noordelijkste punt van hun landmetingen. Daar, in het vissersdorp Dondon op de oever van de Amoer, bepaalden zij de lengte- en breedtegraad. Deze afgelegen tak van de Amoer behoorde na het ondertekenen van het grensverdrag van Nerchinsk in 1689 tot het territorium van de Qing. Het was het land van de “Vissenvelezen” (de Yupi, naar de kleding die ze droegen) en de Hejinners; beide volken die tribuut brachten aan de Qing met behoud van een hoge mate van lokale autoriteit. Vanwege het grauwe klimaat konden de cartografen daar enkel in de zomer hun werk doen, zo lang ze op hun hoede waren voor de vele insectenplagen aldaar.

Post-Nerchinsk

On September 8th, 1709, a team of mapmakers reached the northernmost site of the surveys, where the mapmakers determined latitude and longitude in the fishing village of Dondon on the banks of the Amur River. These remote reaches of the Amur River were designated as Qing territory after the 1689 border treaty of Nerchinsk, signed with the Russians. In fact, these were the lands of the Yupi (or “fish-skin”, after the clothes they wore) and Heijin tribes, peoples who paid tribute to the Qing court but enjoyed a great deal of local autonomy. Because of the harsh climate, mapmakers could only travel in summer and were warned of the many insects that plague the region during this time.

Afbreken van Albazin

Twee versies van artikel 3 uit het Verdrag van Nerchinsk van 1689. Het verdrag was opgesteld in het Latijn, Mantsjoe, Chinees, Mongools en Russisch—met de hulp van missionarissen Gerbillon en Pereira. De versies verschillen nogal. Artikel 3 in het Russisch.

“De vestingstad Albazin, gebouwd door zijne Majesteit de Tsaar, dient tot op de grond afgebroken te worden. Zijn bewoners, inclusief alle militaire onderdelen als ook al hun opslag en uitrusting, zullen naar Rusland migreren. Het is de migranten toegestaan om al hun eigendommen met zich mee te verhuizen zonder waardeverlies.”

 

“Hetzelfde” artikel in het Mantjsoe:

“Alle steden die Rusland in Jaksa bouwde zullen vernietigd worden. De Russen die in die contreien wonen zullen met al hun bezittingen moeten remigreren naar het territorium van de Tsaar Khan.”

Demolishing Albazin

From the Treaty of Nerchinsk of 1689. Recorded in Latin, Manchu, Chinese, Mongolian and Russian—with the help of the Jesuit missionaries Gerbillon and Pereira. The versions vary considerably. Article 3 in Russian:

“The fortified town of Albazin, built by His Majesty the Czar, is to be completely demolished, and the people residing there, with all military and other stores and equipment, are to be moved into Russian territory. Those moved can take all their property with them, and they are not to be allowed to suffer loss.”

 

And the “same” article in Manchu:

“All of the cities which Russia built in Jaksa shall be destroyed. The Russian people who dwell at Jaksa should withdraw with all their belongings into the territory of the Czar Khan. ”

Jongetje in het zand

Cartografen tekenden alle gebieden ten noorden van Mongolië, gebieden die dus niet onder gecontroleerd werden door het Qing-hof, op op basis van  rudimentaire beschrijvingen en informatie van de lokale bevolking. Zo was er bijvoorbeeld een Mongools jochie die in dienst was van Russische handelaren. Volgens een missionaris zou hij:      

“Een kaart in het zand getekend hebben met een aftekening van de rivieren en hun loop, de steden en de fortificaties die haast alle op de oevers van die rivieren opgetrokken waren.”

Kid in the sand

Mapmakers surveying drew all areas to the north of Mongolia, which were not firmly controlled by the Qing court, on the basis of rudimentary descriptions and other information provided by locals. One example of this was a young Mongol boy in the service of Russian merchants, who—according one of the missionaries:

“traced a little map in the sand, on which he marked the rivers and their courses, the cities and the fortified towns, which were almost all built on the banks of one of these rivers.”

Baikalmeer

Het Baikalmeer ligt in het hedendaags Siberië dat ook ten tijde van de kaart al onder het Russische machtsgebied viel. Aanvankelijk claimden de Mantsjoes het hele gebied tot aan het meer, omdat ze beweerden dat alle Mongoolse bewoners van het gebied tijdens de Yuan-dynastie aan China tribuut brachten. De vorm en de ligging van het meer kloppen van geen kant. Niet gek,  geen enkele cartograaf had het gebied bezocht.

Lake Baikal

This lake in the far north is Lake Baikal, in present day Siberia, at that time already well under the control of the Russian Empire. At first, the Manchus claimed all the territory up to Lake Baikal, basing their claim on the fact that all the Mongolian tribes of this region had paid tribute to the Yuan empire. The shape of the lake and its position are entirely off the mark, a testimony to the fact that no mapmaker in the service of the Qing court had visited the area.

De Gobi

Dit haast onbeschreven witte gebied is de Gobi-woestijn. Een decennium voor het maken van de kaart waren er slagen uitgevochten tussen Kangxi en de Dzungaarse Mongolen. Kangxi won en breidde daarmee de Qing uit met dit gebied, dat samenvalt met het huidige Mongolië. Het conflict luidde een cartografische evolutie aan het Qing-hof in: tijdens de veldslagen had Kangxi missionarissen mee om voor hem de nodige routekaarten te produceren. Zo raakte de Europese technieken verweven met die van de Qing en samen vormde dat de basis voor het maken van de Kangxi-kaart.

The Gobi

This relatively white area on the map is the Gobi desert, a strategic battlefield just one decade before the map was drawn. It was here that in the 1690s, Kangxi fought against the Zunghar Mongols and thus gained control of the area that is modern day Mongolia. This conflict also marked an evolution in the techniques that were used for land surveying at the Qing court: during the imperial military campaigns in the area, the emperor took along European missionaries and asked them to produce route maps for him. As a result, European techniques of map making became integrated into Qing cartographic practice. It was this newly integrated practice that became the basis for the drawing of this map.

Ijsbaarden

16 Mei 1696. In interne communicaties lezen we over Kangxi’s ontmoeting met de Gobi:

“We maten in dit grensoord met onze meetinstrumenten de onbeweeglijke Poolster op. Hij lag vijf graden hoger dan in de hoofdstad (...) hoe noordelijker we kwamen des te kouder het was. Toen we de grenswacht achter ons gelaten hadden en omkeken, lagen er nog altijd wat resten ijs en sneeuw. Werkelijk waar zijn er dagen dat men wakker wordt met de baard bevroren. (...) Hoewel dat zo is houden de Mongolen vol dat het een zeer warm jaar is. ”

Icebeards

May 16, 1696. In internal communications we learn about Kangxi’s encounter with the Gobi:

“With our equipment we measured the whereabouts of the stabile Polestar, laying five degrees higher than the capital (...) The more north we went, the colder it became. When we left the border patrols behind us and looked back, we could still see residues of snow and ice. I mean it when I say that there are days that one wakes up with a frozen beard (...) This said, the Mongols still insist that we are dealing with a very warm year.”

Tibet in

De Tibetaanse gebieden die hier op de kaart te zien zijn vielen ten tijde van het maken van de kaart nog geenszins onder de controle van de Qing. Europese missionarissen onder de cartografen was het niet toegestaan om het gebied binnen te gaan. Het zou te onstabiel zijn. In plaats daarvan werden er Qing-cartografen (die in opleiding waren bij de missionarissen) onder begeleiding van Qing-troepen het gebied ingestuurd. Zij maten enkel de hoofdweg richting Lhasa op en van daar naar het Kailash-gebergte, en weer terug. Zodoende wemelt de presentatie van Tibet op deze kaart van fouten.

In Tibet

Tibetan territories included on this map were not yet controlled by the Qing court at the time this map was printed. European missionaries, who assisted in mapmaking efforts, were not able to travel to the region, as it was considered too unstable. Instead, Qing envoys were sent along with personnel trained by the missionaries, tracing only the main road into Lhasa, to Mount Kailash, and back. Therefore, the depiction of Tibet on this map contains many inaccuracies and outright errors, not reaching the precision of those other of areas controlled by the Qing court.

Samenzwering

Kangxi vreesde een samenzwering tussen de Tibetaanse Dalai Lama en zijn aartsvijand, de Dzungaar Galdan. Om deze reden trok hij van leer tegen de Dalai Lama:

“Je liegt wanneer je zegt dat je vrede propageert. Je zweert samen met (...) het kamp van Galdan. Heden glipt Galdan onze grenzen binnen en plundert daar het gebied Uzhumuqin. Jullie Lama’s geven mijn edicten niet door. Jullie zijn winstbelust, bedrieglijk, en vegen Galdan’s daden onder het tapijt.”

Collusion

Kangxi was afraid of collusion between the Tibetan Dalai Lama and Kangxi’s biggest enemy, the Dzungar Galdan. Kangxi fulminated against the Dalai Lama:  

“ You lie when you claim to be advising peace. You are now plotting with (...) Galdan’s camp. Galdan is now sneaking into our borders, plundering the Uzhumuqin area. You lamas are not passing on my edicts. You are greedy for profit, deceitful, and are concealing Galdan’s activities. ”